Een onzichtbaar parkeerterrein voor fort Vechten

 Vexpansie, jaargang 26-2012, 3 ( platform parkeren nederland)
 
Fort Vechten in Bunnik wordt het Nationaal Centrum voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De ontwikkeling en aanleg van het parkeerterrein was een pilot voor de Provincie Utrecht. Parklaan landschapsarchitecten heeft samen met beeldend kunstenaar Paul de Kort een ontwerp gemaakt dat zorgt voor een integratie van het parkeerterrein in het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Als er geen auto’s aanwezig zijn is het een weiland met anti tankversperringen. Als het veld vol staat met auto’s ontstaan er zichtlijnen naar het fort.
 
Parkeren bij Fort Vechten was een groot probleem. Op het fort zijn slechts enkele parkeerplaatsen. Bij manifestaties wordt illegaal gebruikt gemaakt van een weiland dat midden in de Ecologische Hoofdstructuur ligt. Doordat fort Vechten wordt verbouwd tot het Nationale Centrum Nieuwe Hollandse Waterlinie zal het aantal bezoekers oplopen tot 100.000 per jaar. Een officiële en goed toegankelijke parkeervoorziening was onontbeerlijk. Het parkeerterrein moest ruimte bieden aan 250 auto’s, twee bussen en 100 fietsen.
De omgeving van fort Vechten is een archeologisch monument. Direct onder het maaiveld van het parkeerterrein bevinden zich resten van een grote Romeinse nederzetting. Aan het ontwerp en de uitvoering werden dan ook strenge eisen gesteld om te voorkomen dat het archeologisch monument beschadigt. Een van de eisen was dat er niet dieper dan 5 centimeter gegraven mocht worden.
Het landschap rond fort Vechten is een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het is eigenlijk een onzichtbaar militair landschap. Gewone agrarische weilanden vormen schootsvrije velden en inundatievlakten. Ze behoren onlosmakelijk bij het fort. Omdat het parkeerterrein op een van deze weilanden kwam te liggen vond de Provincie het belangrijk dat er een goede landschappelijke inpassing plaats zou vinden met als doel het speciale karakter van het gebied te vertalen naar het ontwerp van het parkeerterrein.
 
Een onzichtbaar militair landschap
Het specifieke van het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is toch wel dat het een militair landschap is dat gecamoufleerd wordt door gewoon agrarisch gebruik. Een argeloze passant ziet een bosje en grazige weilanden. Het bosje blijkt een fort te zijn en de weilanden kunnen onder water worden gezet als de vijand er aankomt. Het is een vrijwel onzichtbaar militair landschap. Het speciale van de locatie van dit parkeerterrein is dat het relatief hoog ligt. De hoge ligging is de reden dat er kazematten (betonnen groepsschuilplaatsen) in het weiland liggen. Op deze hoge plek werden in tijden van oorlog ook tankversperringen (betonnen drakentanden) gezet.
 
Het ontwerp van de parkeerplaats is gebaseerd op het onzichtbare militaire landschap. Als er geen auto’s staan ziet de voorbijganger een (agrarisch)betonpad, twee ooievaarsnesten en een weiland met drakentanden.
De volledige structuur van de parkeerweide wordt pas goed zichtbaar als het wordt gebruikt. Het dynamische afzetverkeer en het parkeren van de personenauto’s zijn van elkaar gescheiden. De entreeweg en parkeerweide liggen naast elkaar. Aan het begin van de entreeweg staat speciaal element met slagbomen en muntjesapparaat dat refereert aan de betonnen kazematten. De entreeweg eindigt in een rotonde. Het is de afzetplek voor shuttlebusjes, grote bussen en invalidenvervoer. Op dit punt ontsluit de 100 meter lange entreeweg de parkeerweide. Rijen speciaal ontworpen drakentanden scheiden de entreeweg van de parkeerweide.
De indeling van de parkeerweide is gebaseerd op een consequent doorgevoerd maatsysteem. Rijen drakentanden en nummertegels vormen een strak patroon waardoor een militaire orde ontstaat en er zichtlijnen worden gevormd naar het fort. Door de zichtlijnen blijft het fort, ook als er 250 auto’s staan, vanaf de omliggende wegen zichtbaar. De nummertegels geven de parkeervakken aan waardoor de parkeerweide efficiënt gebruikt wordt. Op de parkeerweide staan twee ooievaarsnesten. Zij camoufleren de verlichting. Onder de nesten zijn de verlichtingsarmaturen aangebracht. De verlichting gaat alleen aan als er bezoekers voor het fort worden verwacht.
 
Bezoekers wandelen via een eenvoudig betonpad, dat tussen de kazematten door slingert, naar de entree van het fort. In het betonpad zijn om de 5.00 meter, overdag onzichtbare, Leds aangebracht.
 
Een pilot voor een cradle to cradle parkeerterrein
Het parkeerterrein werd bij de Provincie Utrecht aangemerkt als een pilot voor de toepassing van Cradle to Cradle. Cradle to Cradle is een uitwerking van het duurzaamheidprincipe. Een goede vormgeving in combinatie met het ontwerpen in kringlopen, het hergebruiken en opwaarderen van afvalstoffen en de reductie van CO2 staan daarbij centraal.
 
Het parkeerterrein is in principe volledig verwijderbaar zonder dat het onderliggende landschap, archeologische waarden en waterstromen zijn aangetast.
Het materiaalgebruik is geminimaliseerd door het gebruik van grasgritstenen in combinatie met gebroken baksteen en gras. In de intensief gebruikte delen zoals de entreeweg en parkeerplaatsen dichtbij het entreepad zijn alleen rijsporen ingestrooid met granulaat. Op overige delen is gras ingezaaid. De grasgritstenen hebben een ecokeurmerk en bestaan voor 50% uit hergebruikt beton. De fundering van het geheel bestaat uit hergebruikt grind uit het ballastbed van spoorwegen. 
Bij de rotonde is de fietsenstalling gemaakt. De fietsenstalling bestaat uit 50 betonnen palen met metalen ogen. De palen waren in een vorig leven afrasteringpalen die karakteristiek zijn voor de waterlinie.
 
De ontwikkeling van een nieuw soort beton is de technische topper van de pilot. De Provincie Utrecht werd door IntroVation benaderd met de vraag of zij geïnteresseerd waren in een nieuw soort beton. Een ‘groen’ beton met vrijwel geen cement en veel hergebruikte materialen. De Provincie heeft ketenpartners (IntroVation, ORCEM, Van Nieuwpoort en BAM) bij elkaar gezocht. Samen hebben zij het nieuwe betonproduct, dat uiteindelijk de naam ViaVerde kreeg, doorontwikkeld. Het voldoet inmiddels aan de eisen voor de aanleg van wandel- en fietspaden. De wandelpaden naar de entree van het Nationaal Centrum Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn van dit nieuwe beton gemaakt.
 
Een huiskamerbijeenkomst bij de buren
Om de parkeerplaats mogelijk te maken werd het bestemmingsplan aangepast. Op basis van een technisch ontwerp werd de globale contour van het parkeerterrein vastgelegd. Dit vormde het vertrekpunt voor Parklaan landschapsarchitecten. Er werd gestart met een modellenstudie om de hoofdstructuur van het parkeerterrein te bepalen. Het model ‘militaire orde’ werd gekozen als uitgangspunt voor het ontwerp. Een compacte en strak vormgegeven parkeerterrein met een lang wandelpad naar de nieuwe entree van fort Vechten. Het model werd uitgewerkt naar een voorontwerp met een globale materiaalkeuze. Dit ontwerp werd, aan de keukentafel, met de aangrenzende eigenaren besproken. De informele plek zorgde voor een prettige sfeer waar informatie over het ontwerp, maar ook de angsten en wensen van de bewoners aan de orde konden komen. Tweehonderd vijftig auto’s in ‘de voortuin’ is natuurlijk nogal wat. Het groene karakter van het ontwerp stelde de bewoners gerust. De wensen van de bewoners konden in deze fase in het ontwerp verwerkt worden. Op tactische plaatsen werden extra bomen en struwelen gezet. Rond het parkeerterrein kwam een eenvoudige afrastering van schapengaas om zwerfvuil en honden tegen te houden. Verder werden er afspraken gemaakt over de mate van verlichting. Het definitief ontwerp werd als beeldkwaliteitsplan bij het bestemmingsplan gevoegd. Het vooroverleg zorgde ervoor dat er door de omwonenden geen zienswijzen op het concept bestemmingsplan werden ingediend en het bestemmingsplantraject zonder vertraging kon worden doorlopen.

naar projectpagina Entree nationaal centrum Nieuwe Hollandse Waterlinie