nieuwsbrief RAAP archologisch adviesbureau
Inrichtingsplan voor ‘schatkamer’ Castellum Fectio
Een bult in het landschap, meer herinnert er niet aan de resten van het Romeinse castellum Fectio aan de A12 bij Bunnik. Dat gaat veranderen. Een bijzonder inrichtingsplan rolde onlangs van de ontwerptafel. Drie betrokkenen over het plan voor dit verdwenen monumentale legerkamp.
Castellum Fectio
Castellum Fectio in Bunnik is een van de grootste en oudste Romeinse forten van ons land. Rond het begin van de jaartelling bouwden de Romeinen een houten fort aan de Oude Rijn en in de drie eeuwen daarna volgden nog eens vijf houten en een stenen fort op die locatie. Het castellum was onderdeel van de Romeinse Limes. Er verbleven zo’n 500 tot 1000 soldaten en vlakbij lag een kampdorp (vicus). Naast het castellum ligt Fort Vechten dat in 1867-1870 werd gebouwd als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De provincie Utrecht wil dit kruispunt van twee militaire linies markeren. Parklaan Landschapsarchitecten kreeg de opdracht een inrichtingsplan op te stellen en schakelde RAAP in voor de archeologische input.
Opdrachtgever:
Edwin Wolvekamp, provincie Utrecht
De resten van castellum Fectio liggen tot op heden verborgen onder een vrij onopvallende heuvel langs de A12: waarom heeft de provincie besloten om er een inrichtingsplan voor te laten maken?
Het plan ontstond nadat we ongeveer drie jaar geleden de kans kregen om zo’n 15 hectare grond aan te kopen ten westen van Fort Vechten, dat een onderdeel is van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In het kader van de Ecologische Hoofdstructuur was eerder grond verworven en de boomgaard hadden we al in eigendom. Het is een bijzonder terrein en een rijksmonument, er was al veel over het castellumterrein bekend. Het zou mooi zijn om functies als recreatie, natuur en archeologie op die locatie te integreren. Wat ook meespeelt is dat het castellum een onderdeel is van de Limes, de noordelijke grens van het Romeinse rijk, en als provincie zijn we betrokken bij een project om die Limes op de Unesco werelderfgoed lijst te krijgen.
Wat waren voor de provincie de uitgangspunten voor het inrichtingsplan?
De opdracht aan de ontwerpers van Parklaan was een integraal inrichtingsplan te maken waarin de drie aspecten van het terrein, dus recreatie, natuur en archeologie, verenigd zouden worden. Het zichtbaar en beleefbaar maken van het Romeinse castellum past daar natuurlijk helemaal in.
Is de provincie tevreden met het ontwerp?
Jazeker, de provincie is enthousiast over het ontwerp. Wat ik zelf het meest geslaagde onderdeel van het ontwerp vind, is het idee om de grond als het ware te egaliseren waardoor een plateau ontstaat. Door uit te gaan van het hoogste punt van het castellum en de rest van de omliggende grond op te hogen tot dat niveau, ontstaat een spannend geheel. Het castellum komt zo nog hoger en dus opvallender in het landschap te liggen.
Wanneer kunnen de recreanten het gebied in gebruik nemen?
Dat is een spannende vraag in deze tijd. Het is een ambitieus ontwerp dat bij realisatie ook veel gaat kosten. Er wordt op dit moment bekeken hoe het financieel te regelen is. We wachten nog op het besluit van Provinciale staten dat in december verwacht wordt. Dan is duidelijk of en hoeveel geld ervoor beschikbaar is om het inrichtingsplan te realiseren.
Landschapsarchitect:
Marcel Eekhout, Parklaan landschapsarchitecten
Is het lastiger om een ontwerp te maken met als extra randvoorwaarde rekening te houden met het archeologisch erfgoed?
Ja, dat is lastiger. Je hebt altijd wel randvoorwaarden, maar in dit geval dus een set extra. Aan de andere kant levert het verhaal van die plek ook inspiratie voor het ontwerp.
Hoe begint een ontwerpproces waarbij je met diverse archeologische relicten - castellum, limes, oude Rijn en vicus - te maken hebt?
Eerst hebben we een landschapsanalyse gemaakt. Gekeken hoe de landbouw functioneert, hoe het zit met recreatie, en welke eisen er zijn voor de ecologische verbindingszones. En tegelijk probeer je ook achter de essentie van de Romeinse tijd te komen. Waarin onderscheid deze plek zich van andere, wat is waar gevonden, hoe werkt het? Het is een zoektocht naar aanknopingspunten voor het ontwerp. De zoektocht resulteert in een hoop informatie en daaruit bekijk je dan waar je ruimtelijk iets mee kunt en waar de recreanten iets mee kunnen. Een kwestie van brainstormen en schetsen. Het is heel handig om daar een archeoloog bij te hebben die beeldend mee kan denken en creatief is. Daarom was niet alleen beeldend kunstenaar Paul de Kort er vanaf het begin bij, maar ook archeoloog Ivar Schute. Wij hebben al eerder samengewerkt, aan inrichtingsprojecten voor de provincie Zuid-Holland bijvoorbeeld.
Heeft u zich bij het ontwerpen laten inspireren door de bouwprincipes van de Romeinen?
Het basisontwerp is een plateau waarop met een betonnen plint de contouren van het castellum worden weergegeven, dat is een lange zitrand. Daarbij hebben we wel gezocht naar een maatsysteem, want daar waren de Romeinen sterk in. Niet zozeer een exacte Romeinse maat, maar wel het principe van maatvoering hebben we overgenomen. Bijvoorbeeld in het standaard formaat van het strekmetaal waar de muren mee opgetrokken worden.
Het fort kent wel zeven bouwfasen, waar is voor het ontwerp vanuit gegaan?
Een volledige reconstructie van het castellum was niet de bedoeling, we zoeken het meer in de verbeelding. We hebben met moderne materialen naar een interpretatie gezocht en de laatste fase, de steenbouw, gekozen om te verbeelden. Die ligt namelijk het dichtst aan het oppervlak en daarover is het meest bekend. Op twee plekken zijn overigens ook stukken van eerdere houtbouwfasen verbeeld. Zo hebben we een lange houten bank ontworpen op een plek waar een houten castellummuur van de eerste bouwfase heeft gestaan. Het ontwerp is in principe demontabel. De gedachte daarachter is dat er vast nieuwe vondsten gedaan worden die weer tot nieuwe inzichten leiden. We weten nu niet 100% zeker hoe het vroeger zat, en het is handig dat je het ontwerp eventueel kunt aanpassen in de toekomstige kennis.
Archeoloog:
Ivar Schute, RAAP
In hoeverre is RAAP betrokken geweest bij archeologisch onderzoek naar de overblijfselen van Castellum fectio?
Er is al heel vaak en ook lang geleden allerlei onderzoek naar het castellum gedaan. Zoveel zelfs dat er een apart onderzoek is geweest om dit allemaal weer op een rij te krijgen. RAAP heeft met name het terrein om het castellum in kaart gebracht, de vici, de grafvelden en het landschap waarin ze liggen. Ook hebben we een metaaldetectie-onderzoek uitgevoerd in de boomgaard op het castellum.
Wat was je bijdrage als archeoloog bij de totstandkoming van het plan?
Elk inrichtingsplan beginnen we op dezelfde manier: Marcel Eekhout, Paul de Kort en ik komen op locatie bij elkaar voor een brainstormsessie. We hebben dit de laatste paar jaar voor zo’n tien projecten gedaan en naar mijn ervaring zijn deze dagen cruciaal. We nemen de tijd, lopen rond en ik vertel ze over de vindplaats. Het zijn vragen, wilde fantasieën, associaties en beelden die dan naar boven komen. En iedere keer blijkt achteraf dat we het centrale thema waaromheen het ontwerp later gestalte krijgt, dan al te pakken hebben. Heel bijzonder en inspirerend. Daarna gaan Marcel en Paul aan de gang met het ontwerp, dat ik dan voortdurend toetst aan de technische randvoorwaarden, in dit geval die van de RCE. Een lastig proces, want het ontwerp is best complex en het was niet altijd duidelijk wat toegestaan is. Daarover is onderhandeld op basis van effectcijfers waarin ik heb voorzien. Zettings-berekeningen bijvoorbeeld. Daarnaast hadden we discussies met specialisten van de archeologische klankbordgroep en het voorlopig ontwerp is verder besproken in talloze commissies die allemaal groen licht moesten geven. Wil de gemeente het wel? Hoe staat de provincie er tegenover? Is het strijdig met de EHS? Boeren en pachters die erbij betrokken zijn, ga zo maar door. Bij enkele van die bijeenkomsten gaf ik als archeoloog tekst en uitleg.
Wat kun je zeggen over de centrale visie die aan het ontwerp ten grondslag ligt?
Ieder onderzoek naar Castellum Fectio, hoe klein ook, levert weer onverwachte en bijzondere vondsten op. Wie nu door het terrein loopt, ziet een opvallende bult in het landschap, deels beplant met fruitbomen. Deze bult herbergt een potentieel aan informatie zonder veel parallellen in Nederland. Bij amateurarcheologen en, helaas, ook schatgravers duiken onverwachts vondsten op van uitzonderlijke kwaliteit en kwantiteit, zoals onlangs de schrijfplankjes. Toch resteert het meeste materiaal in die eenzame bult. Dat beeld, die ‘bult aan informatie’, de kracht die dat in zich herbergt, ging bij mij niet meer weg. Marcel vertaalde dat naar het beeld van een schat¬kamer. En dat in de context van een letterlijk monumentale vindplaats. Je verkijkt je op de grootte van het terrein en daarmee het legerkamp, die is namelijk enorm. Dat hebben we willen benadrukken in het ontwerp en gekoppeld aan die schatkamer-gedachte. Als het een unieke vindplaats is, laat het dan ook maar een uniek ontwerp zijn dat daar recht aan doet.
meer over het ontwerp Thesaurus Fectio

