Een park voor een modern barok paleis

Smaak special - mei 2005, Marina de Vries

Verborgen werelden in het groen rondom het NFI

Ze hadden het al verkondigd, Marcel Eekhout en Aleks Droog van het bureau Parklaan Landschapsarchitecten in Den Bosch: als er één trend aanwijsbaar is binnen de landschapsarchitectuur, dan is het wel de terugkeer naar bomen en gras. Mensen voelen zich nou eenmaal lekkerder in een omgeving van groen.

Groen moet de net aangelegde tuin, of beter gezegd park - met oog op mogelijk toekomstige uitbreidingen baadt het Nederlands Forensisch Instituut in een ruimte van drie hectare – in dit vroege voorjaar nog worden: het gras is ingezaaid, de lindebomen zullen deze zomer al een bladerdak vertonen, maar pas over een jaar of vijf is het park volwassen. Zo gaat dat bij levende materie.

Een stoet aan ideeën heeft Parklaan, in 2002 door de Rijksgebouwendienst uitverkoren om het park aan te leggen, in zijn ontwerp verwerkt, waaraan ook Jeroen van Westen in het kader van de kunsttoepassingen een essentiële bijdrage heeft geleverd. De buitenruimte mag dan uiteindelijk ogen als een traditionele oase van gras en bomen, hij moet aan nogal wat eisen voldoen. Hij moet vooraleerst functioneren voor personeel (parkeren maar ook even uitpuffen op een bankje onder de bomen) en gebouw (aanvoer van mensen en van onderzoeksmaterialen, van pistolen tot lijken). Hij moet het gebied markeren - pal aan het Prins Clausplein en de A4, tegelijk toegangspoort van de Haagse nieuwbouwwijk Ypenburg. Daarnaast vraagt de uitgesproken en stoere architectuur van Kees Kaan om een even ferm en sprekend antwoord.

Geen moment hebben Eekhout en Droog zich door de complexe opgave van de wijs laten brengen. Zij zijn niet bang voor het grote gebaar - niet voor niets waren zij in een vorig leven respectievelijk werkzaam als ontwerper van bossen en recreatiegebieden en ontwerper inpassing snelwegen bij Rijkswaterstaat.

Met twee even ingenieuze als vanzelfsprekende en monumentale ingrepen hebben zij het kale niemandsland op de kaart gezet. Daarbij was het gebouw van Kaan doorslaggevend, zegt Aleks Droog. 'Kees Kaan neemt het me niet in dank af, maar zijn Forensisch Instituut is eigenlijk een barok paleis. Net als in Versailles ga je van kamer naar kamer. Het gebouw heeft een centrale as en de entree is nogal dramatisch: na een trap in een slurf beland je totaal onverwacht in een enorme hal. Dat thema van de barok hebben wij opgepakt, zonder de frutsels en de tierelantijnen, en een nieuwe vertaling gegeven.'

Ook het door hen gekozen thema 'verborgen werelden' komt voort uit de barok, terwijl het tegelijkertijd uitstekend past bij de werkzaamheden van het instituut. Droog: ‘Omdat het NFI hier altijd blijft zitten, is het mooi om te kijken of je zo'n thema in het ontwerp kunt verwerken.'

Zoals het gebouw zich op het eerste gezicht laat zien als sober en strak, zo laat ook het landschap zich aan een buitenstaander zien als strak en ingetogen. Het gebouw is ingepakt in een enorm talud, een groene wal, die naast de entree begint, in een royaal gebaar gebouw en terrein omarmt en vlekkeloos aansluit bij de groene toegangslaan naar Ypenburg. Vanaf de weg steekt slechts een deel van het gebouw boven de heuvel uit. Pas in de buurt van de licht verhoogde ingang van het park komt vanachter het bladerdak als bij toverslag de rest van het gebouw tevoorschijn.

Parklaan gebruikt de oer-Hollandse dijk voor een geraffineerd spel van verhullen en onthullen, maar de heuvel is ook buitengewoon praktisch. Het NFI wilde namelijk af van het mysterie dat aan het instituut kleeft, verlangde naar openheid, maar was vanwege de gevoeligheid van de werkzaamheden ook gebaat bij privacy en bescherming. De wal is daarom voorzien van de nieuwste techniek - zodra iemand het gras betreedt, gaan binnen de alarmbellen rinkelen - en maakt in combinatie met prikkende meidoornhagen andere hekwerken overbodig. Tot slot biedt de wal aan de expeditiekant onderdak aan tal van 'lastige' functies, zoals de traforuimte en de explosievenbunker.

Hellend Maaiveld
Een tweede, grote ingreep is het hellende maaiveld. Dat vanaf de entree van het NFI tot aan het einde van het terrein over een lengte van 100 meter anderhalve meter omhoog loopt, met alle gevolgen van dien. Want terwijl het valse plat voor het oog nauwelijks waarneembaar is, kan het effect niet groter zijn: van de lichte verwarring die zich van de wandelaar meester maakt tot de voortdurend wisselende perspectieven. Daarbij houdt de verhoging de versteende buitenwereld op afstand, biedt het op een totaal vanzelfsprekende manier beschutting en intimiteit.

Binnen deze grote gebaren hebben de overige wensen een eigen plek ingenomen, waarbij de parkeergarage het grootste obstakel vormde: onder de grond was te duur, boven de grond vormde het een bedreiging van de begeerde leegte. Door het ding als naast de promenade te leggen, langs de drukke ontsluitingsweg van Ypenburg was de ruimte gewaarborgd. Nu biedt de garage samen met een 100 meter lange beukenhaag, rugdekking aan de wandelpromenade met zijn borders en bankjes.

Ook het expeditieterrein is van grote invloed geweest op het uiteindelijke resultaat. Doorgaans is zo'n terrein niet meer dan een geasfalteerde containeropstelplek, een voortdurende bron van ergernis. Maar Parklaan heeft het probleem getackeld door het terrein, waarop ook laboratoria uitkijken, op te vatten als een ‘jardino secreto', Een geheime tuin, met tussen de noodzakelijke aan- en afvoerroutes pleinen voor bomen waarin de seizoenen zich laten zien, met rondom de asfaltverharding een lijst van gras. De tuin wordt omsloten door wanden die begroeid zijn met rozen en wilde wingerd. Nu zijn alleen de gastanks van de laboratoria, open en bloot en pontificaal opgesteld in het midden van het terrein, een doorn in het oog: eisen van de verhuurmaatschappij staan een andere oplossing in de weg.

Met opzet slingert de oprijlaan door de bomen en wordt de afsplitsing naar de expeditie pas zichtbaar in de bocht: zo blijft het expeditieterrein zo lang mogelijk verborgen. Net als op het hele terrein zijn de wegen voor de expeditie trouwens vormgegeven als vliegtuigbanen - een knipoog naar het militaire vliegterrein waaruit Ypenburg ooit bestond.

Het hart van het park loopt dan wel langzaam op, het is voor de rest groen en leeg, met gras om doorheen te banjeren en een majestueuze bomenweide om onder te zitten. Juist hier heeft kunstenaar Jeroen van Westen ingegrepen door een gigantische vingerafdruk in het gras te verstoppen. In de verschillende soorten grond waaruit de vingerafdruk is opgebouwd 'zand en klei' zullen verschillende soorten grassen en kruiden bloeien. Afhankelijk van hun bloeiperiode is de afdruk onzichtbaar of schemert hij tevoorschijn, vanuit het kantoor als een reusachtig watermerk, vanaf de grond in losse fragmenten. Ook in de bomenweide heeft Van Westen ingegrepen: daar zijn de linden niet langer allen van hetzelfde soort, zoals de landschapsarchitecten in eerste instantie hadden bedacht, maar van vijf of zes verschillende soorten, met net iets andere geuren, net iets andere bloeiwijzen en bloeiperioden. ‘Van Westen heeft echt met ons meegedacht, het plan verrijkt,' vindt Eekhout . ‘Wij hebben zijn vingerafdruk weer opgepakt, het patroon voortgezet in de parterre in de promenade .' een moderne vertaling van de romantische krullenhaag.

Het is de vraag wanneer de mensen van het NFI de kleine verschillen in het lindenbos in de gaten krijgen, de vingerafdruk in het gras ontwaren, de in het patroon van het entreeplein verstopte DNA-profielen herkennen. Maar dat maakt het juist spannend, vinden de heren van Parklaan. Zelfs na een paar jaar valt er in het park nog genoeg te ontdekken.

Meer informatie over het project Verborgen Werelden van het NFI